Arabisch via Mail  ·  lesarchief

De oude man en de boodschappentas

الرَّجُلُ الْعَجُوزُ وَكِيسُ السُّوقِ

Korte zinnen, volledige tashkīl, één werkwoord per zin.

Tekst ١Beschrijvingالشَّارِعُ بَعْدَ الظُّهْرِ
الشَّارِعُ طَوِيلٌ وَهَادِئٌ.
فِي الشَّارِعِ رَجُلٌ عَجُوزٌ.
الرَّجُلُ يَمْشِي بِبُطْءٍ.
فِي يَدِهِ عَصًا.
وَفِي يَدِهِ الْأُخْرَى كِيسٌ كَبِيرٌ.
الْكِيسُ ثَقِيلٌ.
فِيهِ خُبْزٌ وَتُفَّاحٌ وَبَيْضٌ.
السُّوقُ بَعِيدٌ عَنِ الْبَيْتِ.
فِي الْبِنَايَةِ دَرَجٌ وَلَيْسَ فِيهَا مِصْعَدٌ.
وَمِنَ النَّافِذَةِ يَنْظُرُ وَلَدٌ إِلَى الشَّارِعِ.
Toon de vertaling
De straat is lang en rustig.
In de straat is een oude man.
De man loopt langzaam.
In zijn hand heeft hij een stok.
En in zijn andere hand een grote tas.
De tas is zwaar.
Er zit brood, appels en eieren in.
De markt is ver van het huis.
In het flatgebouw is een trap en er is geen lift.
En vanuit het raam kijkt een jongen naar de straat.
Tekst ٢Dialoogعِنْدَ الدَّرَجِ
خَالِدٌ: مَسَاءُ الْخَيْرِ يَا عَمِّي.
الرَّجُلُ: مَسَاءُ النُّورِ يَا خَالِدُ.
خَالِدٌ: الْكِيسُ ثَقِيلٌ. هَلْ أُسَاعِدُكَ؟
الرَّجُلُ: شُكْرًا يَا بُنَيَّ. الدَّرَجُ صَعْبٌ عَلَيَّ.
خَالِدٌ: أَنَا قَوِيٌّ. الْكِيسُ لَيْسَ ثَقِيلًا عَلَيَّ.
الرَّجُلُ: بَيْتِي فِي الطَّابِقِ الْأَوَّلِ.
خَالِدٌ: أَنَا أَمْشِي أَمَامَكَ.
الرَّجُلُ: امْشِ بِبُطْءٍ. فِي الْكِيسِ بَيْضٌ.
خَالِدٌ: هَذَا هُوَ الْبَابُ. أَيْنَ أَضَعُ الْكِيسَ؟
الرَّجُلُ: ضَعْهُ عَلَى الطَّاوِلَةِ. شُكْرًا لَكَ.
Toon de vertaling
Khālid: Goedemiddag, oom.
De man: Goedemiddag, Khālid.
Khālid: De tas is zwaar. Zal ik u helpen?
De man: Dank je, mijn jongen. De trap is zwaar voor mij.
Khālid: Ik ben sterk. De tas is niet zwaar voor mij.
De man: Mijn huis is op de eerste verdieping.
Khālid: Ik loop vóór u uit.
De man: Loop langzaam. Er zitten eieren in de tas.
Khālid: Dit is de deur. Waar zet ik de tas neer?
De man: Zet hem op de tafel. Dank je wel.
Tekst ٣Verhaalالتُّفَّاحُ عَلَى الْأَرْضِ
خَرَجَ الرَّجُلُ الْعَجُوزُ مِنَ السُّوقِ بَعْدَ الظُّهْرِ.
كَانَ الْكِيسُ ثَقِيلًا.
مَشَى الرَّجُلُ فِي الشَّارِعِ بِبُطْءٍ.
فَجْأَةً سَقَطَ الْكِيسُ.
وَقَعَ التُّفَّاحُ عَلَى الْأَرْضِ.
رَأَى خَالِدٌ ذَلِكَ مِنَ النَّافِذَةِ.
نَزَلَ خَالِدٌ إِلَى الشَّارِعِ مُسْرِعًا.
جَمَعَ التُّفَّاحَ وَوَضَعَهُ فِي الْكِيسِ.
حَمَلَ الْكِيسَ إِلَى بَابِ الرَّجُلِ.
شَكَرَهُ الرَّجُلُ، ثُمَّ عَادَ خَالِدٌ إِلَى بَيْتِهِ.
Toon de vertaling
De oude man ging 's middags de markt uit.
De tas was zwaar.
De man liep langzaam door de straat.
Plotseling viel de tas.
De appels vielen op de grond.
Khālid zag dat vanuit het raam.
Khālid ging haastig naar beneden, de straat op.
Hij raapte de appels op en legde ze in de tas.
Hij droeg de tas naar de deur van de man.
De man bedankte hem, daarna keerde Khālid terug naar zijn huis.
Tekst ٤Ik-tekstنَافِذَتِي
اسْمِي خَالِدٌ، وَبَيْتِي فِي هَذَا الشَّارِعِ.
نَافِذَةُ غُرْفَتِي عَلَى الشَّارِعِ.
أَرَى جَارِي الْعَجُوزَ كُلَّ يَوْمٍ.
يَرْجِعُ مِنَ السُّوقِ فِي السَّاعَةِ الرَّابِعَةِ.
يَمْشِي بِبُطْءٍ، وَفِي يَدِهِ كِيسٌ ثَقِيلٌ.
أَنْزِلُ إِلَيْهِ وَأَحْمِلُ الْكِيسَ.
الدَّرَجُ صَعْبٌ عَلَيْهِ وَسَهْلٌ عَلَيَّ.
أَضَعُ الْكِيسَ عَلَى طَاوِلَتِهِ.
يُعْطِينِي أَحْيَانًا تُفَّاحَةً وَيَقُولُ: شُكْرًا.
ثُمَّ أَرْجِعُ إِلَى غُرْفَتِي وَأَفْتَحُ كِتَابِي.
Toon de vertaling
Mijn naam is Khālid, en mijn huis staat in deze straat.
Het raam van mijn kamer ligt aan de straat.
Ik zie mijn oude buurman elke dag.
Hij komt om vier uur terug van de markt.
Hij loopt langzaam, en in zijn hand heeft hij een zware tas.
Ik ga naar beneden naar hem toe en draag de tas.
De trap is zwaar voor hem en makkelijk voor mij.
Ik zet de tas op zijn tafel.
Soms geeft hij mij een appel en zegt: dank je.
Daarna ga ik terug naar mijn kamer en open ik mijn boek.
Tekst ٥Weetjesالسُّوقُ وَالْكِيسُ
السُّوقُ مَكَانٌ وَاسِعٌ فِيهِ خُضَارٌ وَفَاكِهَةٌ وَخُبْزٌ.
يَذْهَبُ النَّاسُ إِلَى السُّوقِ مَرَّةً أَوْ أَكْثَرَ فِي الْأُسْبُوعِ.
فِي الْكِيسِ الْوَاحِدِ خَمْسَةُ كِيلُوغْرَامَاتٍ تَقْرِيبًا.
الْكِيسُ الْقُمَاشِيُّ أَقْوَى مِنَ الْكِيسِ الْوَرَقِيِّ.
التُّفَّاحُ ثَقِيلٌ، وَالْخُبْزُ خَفِيفٌ.
الْيَدُ الْوَاحِدَةُ تَتْعَبُ بِسُرْعَةٍ.
فِي كُلِّ مَدِينَةٍ سُوقٌ كَبِيرٌ.
الْبَيْتُ الْقَدِيمُ بِلَا مِصْعَدٍ.
الدَّرَجُ صَعْبٌ عَلَى الرَّجُلِ الْعَجُوزِ.
وَفِي الْبَيْتِ الْحَدِيثِ مِصْعَدٌ.
Toon de vertaling
De markt is een ruime plaats met groente, fruit en brood.
De mensen gaan een keer of vaker per week naar de markt.
In één tas zit ongeveer vijf kilo.
De stoffen tas is sterker dan de papieren tas.
Appels zijn zwaar, en brood is licht.
Eén hand wordt snel moe.
In elke stad is een grote markt.
Het oude huis is zonder lift.
De trap is zwaar voor de oude man.
En in het moderne huis is een lift.

Woordenlijst — 90 woorden

الشَّارِعde straat
الطَّابِق الْأَوَّلde eerste verdieping
طَوِيلlang
يَمْشِيlopen
هَادِئrustig
أَمَامَvóór
رَجُلeen man
امْشِloop (gebiedende wijs)
عَجُوزoud (van mensen)
يَضَعzetten, leggen
بِبُطْءٍlangzaam
الطَّاوِلَةde tafel
الْيَدde hand
خَرَجَhij ging naar buiten
عَصًاeen stok
بَعْدَ الظُّهْرِ's middags
الْأُخْرَىde andere
كَانَhij was
الْكِيسde tas, de zak
مَشَىhij liep
كَبِيرgroot
فَجْأَةًplotseling
ثَقِيلzwaar
سَقَطَhij/het viel
خُبْزbrood
وَقَعَhet viel neer
تُفَّاحappels
الْأَرْضde grond
بَيْضeieren
رَأَىhij zag
السُّوقde markt
نَزَلَhij ging naar beneden
بَعِيدver
مُسْرِعًاhaastig
الْبَيْتhet huis
جَمَعَhij raapte op
الْبِنَايَةhet flatgebouw
حَمَلَhij droeg
دَرَجtrap
الْبَابde deur
مِصْعَدlift
شَكَرَhij bedankte
النَّافِذَةhet raam
عَادَhij keerde terug
يَنْظُر إِلَىkijken naar
اسْمِيmijn naam
وَلَدeen jongen
الْجَار / جَارِيde buurman / mijn buurman
مَسَاءُ الْخَيْرِgoedemiddag
يَرْجِعterugkomen
مَسَاءُ النُّورِgoedemiddag (antwoord)
السَّاعَة الرَّابِعَةvier uur
يَا عَمِّيoom (beleefd tegen een oudere man)
يُعْطِيgeven
يُسَاعِدhelpen
تُفَّاحَةeen appel
يَا بُنَيَّmijn jongen
يَفْتَحopenen
صَعْبmoeilijk, zwaar
كِتَابboek
قَوِيّsterk
وَاسِعruim
لَيْسَis niet
خُضَارgroente
سَهْلmakkelijk
فَاكِهَةfruit
الْأُسْبُوعde week
مَرَّةeen keer
تَقْرِيبًاongeveer
كِيلُوغْرَامkilo
أَقْوَى مِنْsterker dan
قُمَاشِيّvan stof
خَفِيفlicht
وَرَقِيّvan papier
بِسُرْعَةٍsnel
يَتْعَبmoe worden
قَدِيمoud (van dingen)
مَدِينَةstad
بِلَاzonder
حَدِيثmodern
مَكَانplaats
غُرْفَةkamer
يَذْهَب إِلَىgaan naar
النَّاسde mensen
يَقُولzeggen
ذَلِكَdat
كُلّelke, alle
يَوْمdag
وَاحِد / وَاحِدَةéén
أَحْيَانًاsoms